Alle stofwisselingprocessen van levende organismen voltrekken zich op basis van colloïdale oplossingen. Noodzakelijke colloïdale oplossingen zijn b.v. het bloed en het lymfesysteem. Ook alle plantensappen zijn colloïdale oplossingen.

In een colloïdale toestand wordt de werking van de verdichte gravitatiekrachten door ontdichte tegenkrachten (trek- en zuigkracht) gecompenseerd, zodat de vrije bestandsdelen zich ondanks hun verschillend gewicht niet van elkaar afscheiden en/of zinken, maar in het huidige medium kleindelig zwevend blijven.

Tijdens het Ultra-Colloïdaal proces wordt het Water zoals een verneveling opgesloten en tot in 50 nanometer (NM) kleine druppels verstoven. Deze geringe grootte komt overeen met één duizendste deel van een neveldruppel. Deze druppel wordt indirect in de nano technologie gebruikelijke Fotonen - Correlations - Spectroscopie (PCS) aantoonbaar gemaakt. De druppel in nanometerbereik (1 nm = 1 miljoenste mm) resulteert in een innerlijke wateroppervlakte van meerdere 100.000 m² en de daarmee verbonden buitengewone hoge absorptiekracht (zuigkracht).

Tussen de extreem kleine waterdruppels ontstaan vacuüm zones, waarvan ook hoge trek- en zuigkrachten uitgaan. Deze trek- en zuigkrachten zijn de voorwaarde tot verrijking en handhaving van colloïdale toestanden. De colloïdale toestand is gelijk te stellen met de zure/base balans.

Leva Quell colloïdale apparaten maken het ons mogelijk, uit gefilterd of ongefilterd leidingwater en drinkwater met extreem fijndelige structuur (nanometrisch Water) en daarmee verbonden met een reusachtige innerlijke oppervlakte, zelf te vervaardigen. Gelijktijdig worden de evenwichtstoestanden over de ondichte krachten (absorptie-, trek-en vacuümkrachten) voortgebracht/ gestabiliseerd.